WeHelpen, toch?

In mijn mailbox vind ik een berichtje van Sanne, van WeHelpen. Een soort marktplaats voor het vragen om en geven van hulp. Of ik iemand ben of ken die in de Zorgsector werkt en interesse heeft om te worden geinterviewd voor een personeelsblad. We hebben regelmatig contact via de email. Ik vind het initiatief echt fantastisch, al is er tot nu toe weinig hulpvraag in deze regio waar ik op in kan springen. Maar ik vind het leuk om mee te denken en ideeën aan te leveren. Ik antwoord dat ik een tante heb die in de verpleging heeft gewerkt en nu met pensioen is. En dat een vriendin directiesecretaresse in een ziekenhuis is. Het blijkt niet precies wat ze bedoelt: het gaat echt om mantelzorg. Ik denk even na. Mantelzorg: een groot woord. Dat is bijvoorbeeld een oud collega die ontslag nam om voor haar terminaal zieke moeder te gaan zorgen. Een buurvrouw die voor een zwaar gehandicapte buurman zorgt. De trieste verhalen die je vaak op het journaal ziet als er weer gesneden is in de zorg. Maar misschien … mijn moeder is kwetsbaar. Altijd al geweest. Mijn broer en ik zijn gewend mee te draaien en denken er niet eens meer bij na. Ook onze partners staan paraat als er geholpen moet worden. Omdat ze graag een hond wilde, maar er zelf niet volledig voor kan zorgen, hebben we een ‘uitlaatdienst’: een rooster wie wanneer de hond uitlaat. Komt er iets tussen, dan weten we elkaar snel te vinden. Als ze een keer niet lekker is (of gewoon geen zin heeft), kook ik extra en breng ik een bordje langs. De wekelijkse boodschappen heb ik altijd al gedaan voor haar, maar in geval van nood springt mijn schoonzusje bij. Of belt ze AH die het ook in de keuken aflevert. Geen centje pijn. Maar om dat nou mantelzorg te noemen? Als ik het Sanne voorleg, krijg ik een enthousiaste reactie terug. Los van het interview vindt ze dat deze hulp wel degelijk onder mantelzorg valt. En dat mijn moeder zich ook zeker via WeHelpen mag melden om extra hulp te krijgen, zodat wij wat worden ontlast. Ik schiet in de lach: mijn moeder ziet me aankomen! Maar het is toch ook leuk om van een buitenstaander te horen dat wat je doet niet helemaal ‘normaal’ is. Ook als het wel zo voelt! Ik pak mijn autosleutels en sluit de deur achter me: tijd om de hond uit te gaat laten. Het leven gaat door. Het helpen ook.

Advertenties

Kleine handjes

‘Nee, geen haar op mijn gezicht die eraan denkt mee te doen met Movember’, zegt mijn collega. ‘De enige snor waar je mij mee ziet, is een van de snorrekoekjes van mijn dochtertje!’ Hij kijkt me lachend aan, maar mijn hersenen draaien al op topsnelheid. Even later is het geregeld: zijn dochter gaat snorrekoekjes bakken voor de strijd tegen prostaat- en teelbalkanker. Een paar dagen later heeft hij een volle doos bij zich. Ze ruiken heerlijk en de collega’s reageren sportief. We zijn in no-time door de hele voorraad heen. En we kunnen 30 euro overmaken op het team Snelle Snorren! Als ik vraag waar ik zijn dochter een plezier mee kan doen, als dank voor haar hulp, zegt mijn collega: ‘Ik heb het haar gevraagd. Maar ze vroeg eerst waar het geld voor bestemd was. En toen zei ze: “Maar papa, als het geld voor zieke mensen is om ze beter te maken, dan wil ik er niets voor hebben. Dan help ik zo toch ook mee voor het goede doel?!”‘Wat heerlijk als je op zo’n jonge leeftijd al meedenkt met anderen die hulp nodig hebben! Goed gedaan, Senna en Jannah! Dank je wel! foto

Confronterend

‘Het is financieel bijna niet meer te doen.’ Ze zegt het berustend, maar met een verdrietige blik in haar ogen. Mijn collega’s en ik luisteren naar de directrice van een plaatselijk verzorgingstehuis. We gaan in het kader van teambuilding een middag aan de slag als vrijwilliger. De kerststal moet van zolder en de bewoners hebben zin in een spelletje, een praatje, een bewegingsles of een appelflap. Maar eerst krijgen we een rondleiding. Dit verzorgingstehuis kijkt écht naar de mens. Ze spreken niet over senioren of bejaarden, maar over bewoners. Die zijn er in alle soorten en maten. Mensen die alleen overdag aanwezig zijn, of er permanent wonen. En mensen met Alzheimer. Het is behoorlijk confronterend. De directrice toont ons de ‘snoezelkamer’ (een speciale badkamer met rustgevende geluiden) en informeert ons over de kosten van een speciale clown die mensen in een vergaand stadium van dementie toch weet te bereiken. Alle bewoners worden gestimuleerd om actief en in beweging te blijven. Ook hun huisdieren zijn welkom. Het is zo’n beetje de laatste plek in Nederland met een bruin café waar je genietend van je sigaartje een borreltje krijgt dat tot de rand van het glas gevuld is. Zoals het vroeger was. Ik speel een spelletje scrabble met een banketbakker die drie herseninfarcten heeft gehad. Het is voor ons allebei inspannend én hilarisch: hij moet soms zelf lachen om de woorden die hij legt. Maar is blij met de uitdaging. En ik schaam me een beetje over de moeite die het kost om zelf de puntentelling bij te houden. Maar geniet van zijn plezier. De middag vliegt voorbij. Ik heb het gevoel alsof ik veel meer had kunnen, had willen doen. Maar de bewoners zijn opgetogen. We verlaten met een goed gevoel het gebouw. Oud worden is niet altijd leuk. Maar samen kunnen we het een stuk prettiger maken!

Movember

Nog een paar dagen. Dan start Movember. Nee, geen typfout. Ik bedoel echt ‘movember’. De maand waarin de mannen extra aandacht vragen voor het probleem prostaat- en teelbalkanker. Pinktober is inmiddels een bestaand fenomeen. De kleur roze is onlosmakelijk verbonden met de strijd tegen borstkanker. Maar blijkbaar heerst er een onbegrijpelijk taboe rondom het huwelijksgereedschap van de heren. Daarom is er een initiatief in het leven geroepen: bekende en minder bekende mannen laten in de maand november hun snor staan. Ze noemen zich Mo Bros: Movember Brothers. Op die manier willen ze aandacht vragen voor het probleem en geld inzamelen voor onderzoek. Manlief doet ook mee, samen met zijn broer, vorige baas, een collega, een vriend en een paar sympathisanten. Ze noemen zich Snelle snorren. Ik ben als Sista toegevoegd, wat zoveel wil zeggen als aanmoedigen, ondersteunen, verzorgen en motiveren waar nodig. Dat is me wel toevertrouwd, daar verwacht ik geen uitdaging. Ik ben nieuwsgieriger naar mijn reactie op het veranderende gezicht van mijn echtgenoot. Mijn vader had vroeger ook een snor. Een zachte, die kriebelde als hij me welterusten knuffelde. Ik merk dat ik afspraken in november onbewust afweeg naar ‘hoe reageren ze als hij ineens een snor heeft? Positief, of niet?’ Maar dat is dus juist de achterliggende gedachte: het bespreekbaar maken. Het feit dat er ook nauwelijks of niet wordt gereageerd op mijn oproepen via Facebook en intranet bewijst wel dat het niet iedereen gemakkelijk valt erover te praten. Hoog tijd dus voor wat ruchtbaarheid. Wil je helpen? Sluit je dan aan bij de Snelle snorren. Of maak een donatie over. Je helpt er echt iemand mee. En daar gaat het uiteindelijk allemaal om.

Hulpeloos toekijken

Hij ziet er niet goed uit. En vindt het duidelijk moeilijk om erover te praten. Hij probeert het wel en de woorden buitelen over elkaar heen naar buiten. Hij is depressief. Alweer. Als ik voorzichtig informeer naar het effect van die prachtig gekleurde maar duidelijk vallende blaadjes buiten, schudt hij z’n hoofd. Hij geniet wel van het mooie weer de afgelopen weken. Een beetje. Maar hij ziet de zon gewoon niet meer. Ik kijk hem oprecht meelevend aan en leg mijn hand even op z’n arm. ‘Eén zonnestraaltje dan, een kleintje?’, opper ik. Maar nee. Hij praat met een begeleider, met zijn huisarts. Het helpt niet veel. De verstandhouding met zijn partner is op dit moment moeizaam. Ze kan er zelf niet goed meer tegen, moet hulpeloos toekijken. Zelfs dat wekt geen vechtlust in hem op. Hij kan er gewoon niets aan doen. Niets mee doen. Ik laat ‘m maar een beetje praten. Probeer hier en daar een klein kruimeltje toe te werpen in de hoop dat hij hapt. Het lukt me nog ook: even herinneringen ophalen aan de tijd dat we samen in een projectteam zaten. Dankzij onze inzet werd het écht een succes! Maar dat was toen. En nu … nu is alles om hem heen donker. Hij haalt zijn schouders op en neemt afscheid. Belooft binnenkort even een kop koffie te komen drinken. We weten allebei dat hij niet zal bellen om een afspraak te maken. En de telefoon niet opneemt als ik hem bel. Maar hij wil het zo. Nu. Straks zien we wel. Ik ga verder met mijn werk, maar mijn gedachten zijn er niet helemaal bij. Ik wil zo graag helpen. Maar soms kan het gewoon niet. Ook niet als je zelf door de ramen een heleboel zonnestraaltjes ziet.

Handen uit de mouwen

‘Zullen we eens iets leuks gaan doen met je moeder?’ vraag ik vanaf de bank. Manlief is gelijk enthousiast: een moederdag buiten de meimaand. En ze mag de inhoud van de dag zelf bepalen: wandelen op de Veluwe, dagje Maastricht, wat dan ook! Ik pak gelijk de telefoon. Ze reageert blij verrast. Maar haar antwoord verbaast me wel een beetje: ‘Komen jullie dan naar hier? Ik heb een paar klusjes die ik helaas zelf niet kan doen.’ Eigenlijk was dat niet de bedoeling. Maar we begrijpen het wel. Ze woont op vijf kwartier rijden van ons af en wij wonen van de kinderen nog het dichtste bij. Dus snel even langsgaan als er iets moet gebeuren, is niet mogelijk. En je wilt je buren ook niet altijd ‘lastig vallen’. We spreken een datum af en op de bewuste dag staan we keurig op tijd in ons werkkloffie voor de deur. We starten natuurlijk met koffie en iets lekkers, en gaan dan aan de slag. De deur klemt en piept, die pakken we als eerste aan. Manlief schuift vervolgens achter de pc voor een grote opschoonbeurt en ik duik in de wondere wereld van de mobiele telefoon. Die weigert namelijk dienst en dan is hij bij mij toch echt aan het verkeerde adres. Bij de lunch krijgen we een kroketje: heerlijk! Vinkje voor vinkje verschijnt op het lijstje, de dag vliegt voorbij. Om vier uur is het laatste verzoek ingewilligd: klaar! In de tussentijd heb ik wel al een paar volgende activiteiten genoteerd: de ramen en kozijnen een keer stevig onderhanden nemen en ook de vloer kan een diepreinigende stoombeurt gebruiken. We nemen hartelijk afscheid. Een dagje gezellig samen weg was ook leuk geweest. Maar van het resultaat van deze inspanning kan ze veel langer genieten. En wij genieten gewoon met haar mee!

’t Zijn de kleine dingen

Ik zit samen met een vriendin in een restaurant. We zien elkaar niet vaak (genoeg) dus er is meer dan voldoende om bij te kletsen. Ik vertel haar over de opleiding die we met de afdeling volgen. Dat ik me hierdoor veel bewuster ben van hulpvragen in mijn omgeving. En ook veel meer geniet van de blijheid en energie die het helpen mij persoonlijk oplevert. Ze reageert enthousiast. Zelf denkt ze erover om vrijwilliger te worden op de Zonnebloem-boot. ‘Maar het hoeft niet altijd gelijk “groot” te zijn, hoor’, vul ik aan. ‘Ook kleine vragen kunnen grote impact hebben voor degene die vraagt. Een boodschap doen, een vriendelijke lach, een kopje koffie halen voor een collega die druk is.’ We beleven een genoeglijke avond en nemen hartelijk afscheid. De volgende ochtend loop ik naar kantoor. Terwijl ik wacht op een groen stoplicht, spreekt iemand me aan. ‘Sorry, dat ik u lastig val. Mag ik een korte persoonlijke vraag stellen?’ Ze kijkt afwachtend naar mijn reactie. Ik knik haar vriendelijk toe. ‘Voor mijn werk ga ik regelmatig bij klanten op bezoek. Mijn manager maakte vorige week een vervelende opmerking over de staat van mijn regenjas. Dat deze niet representatief meer was. En u heeft zo’n leuke jas aan: mag ik vragen waar u die heeft gekocht?’ Ik schiet in de lach. En vertel haar dan dat deze van de ANWB afkomstig is. Wel uit de collectie van vorig jaar, maar wie weet hebben ze ‘m nog ergens hangen of biedt de webwinkel uitkomst. Ik voeg eraan toe dat ze toen regenlaarzen met hetzelfde motief hadden. Dat mijn moeder er eentje heeft ‘verbouwd’ tot regenjas voor onze hond Darwin laat ik even buiten beschouwing. Helemaal blij bedankt ze mij en loopt door: het voetgangerslicht is inmiddels groen. Ik vervolg ook vrolijk mijn route: fijn dat ik iemand heb kunnen helpen. En de dag is pas net begonnen!

Helpende handjes

Eenmaal per jaar gaan we met de afdeling iets leuks doen. Je kunt het bijna zo gek niet bedenken, of we hebben het gedaan. Gezond uit eten, tegen honden fluisteren, kaarsen maken en vliegeren op het strand. Doel: naast samen plezier maken elkaar op een andere manier leren kennen en zo de zakelijke samenwerking waar nodig gemakkelijker én effectiever maken. Elk jaar is er een ander groepje die iets gezelligs verzint en organiseert. Dit keer is als datum 7 november gekozen. En de activiteit: anderen helpen! We gaan met z’n allen, 36 man/vrouw sterk, naar een verzorgingshuis hier in de buurt. Daar kun je kiezen uit het bakken van appelflappen, het wandelen met bewoners of het doen van allerlei klusjes. Mijn eerste reactie is: ‘Wat een goed idee!’ In plaats van alleen naar onszelf te kijken anderen laten meegenieten van het feit dat we samen iets willen doen. Mijn tweede gedachte is echter wat behoedzamer: ‘Zitten de bewoners hier wel op te wachten?’ Wij gaan daarna weer naar huis. Worden ze op deze manier niet juist extra geconfronteerd met de stilte van tevoren en daarna? Ik uit mijn zorgen voorzichtig richting mijn leidinggevende. Ze luistert geïnteresseerd en zegt dan: ‘Kijk eens naar jezelf. Jij geniet van het vooruitzicht op een weekeindje weg, vervolgens van de dagen zelf én de herinneringen naderhand! Ik denk dat de bewoners van het verzorgingstehuis er hetzelfde over denken wat ons teamuitje betreft!’ Opgelucht haal ik adem: mijn zorgen zijn verdwenen. En ik neem me plechtig voor mijn uiterste best te doen om niet alleen ons maar vooral hen een onvergetelijke dag te bezorgen.

Vriendelijkheid alom

Het is weer hoog tijd om ons persoonlijk te ontwikkelen. En daarom reizen we met z’n allen met de trein naar Utrecht voor de eerste van vier sessies. Als ik met een beetje vertraging aankom, is het een drukte van belang. Collega’s die er al wel of nog niet waren, zoeken en vinden elkaar soms niet omdat er maar liefst twee Starbucks zijn in de stationshal. Eenmaal buiten zoeken we met hulp van twee apps de opleidingslocatie. Keurig op tijd komen we binnen. Dan sla ik mijn hand voor mijn mond: vergeten uit te checken! Er is geen tijd meer om terug te lopen. Snel bel ik de klantenservice maar helaas, zij kunnen me pas na 24 uur helpen. Het zij zo. Het programma start en ik ontwikkel dapper mee met mijn collega’s. Dan wordt de lunchpauze aangekondigd. Buiten is het heerlijk weer dus ik besluit even heen en weer naar het station te lopen. Het valt me op hoe vriendelijk iedereen is in zo’n grote stad. Er wordt volop geknikt en gelachen. Nog net op tijd sta ik voor het apparaat. Om dat te vieren trakteer ik mezelf op een heerlijke frapuccino bij Starbucks. De jongen achter de balie noteert mijn bestelling en zegt: ‘Dat komt in orde, Dorine!’ Verbluft kijk ik hem aan: kennen we elkaar?! Hij lacht en wijst op mijn blouse. Daar prijkt een duidelijke sticker met mijn naam. Handig voor de opleider! En voor de Starbucks-medewerker dus. Met een kleur schiet ik toch in de lach. Even later loop ik terug. De sticker ligt in de prullenbak. Voor vandaag heb ik met voldoende Utrechtenaren persoonlijk kennis gemaakt.